Margo's profileTop 2000PhotosBlogLists Tools Help

De top 2000 van 26 december t/m 31 december 2008

Les Poppys

Les Poppys is een Franse jongensgroep van 17 kinderen oorspronkelijk al opgericht in 1946 in Asnières (een van de voorsteden van Parijs), Frankrijk door Jean Amoureux als Les Petits Chanteurs d'Asnières.
Hun liedjes gingen vaak over de liefde, het onbegrip tegenover de oorlog, en het geweld van volwassenen, de broederschap en vrede. In 1970 is de naam veranderd in Les Poppys.
Francois Bernheim, voormalig zanger van Les Roche-Martin en artistiek directeur van de platenmaatschappij Barclay, ontdekte de zanggroep en besloot om de deze groep te laten optreden onder de naam Les Poppys (de naam is afgeleid van het woord popmuziek).

Van 1970-1978
Les Poppys kwam voort uit de Hippie beweging en maakte liederen tegen de oorlog in Vietnam.
De 17 jongens van het koor werden geselecteerd en hun eerste singel 'Noel 70' kwam uit. Het succes kwam daarna erg snel en er werden 600.000 exemplaren van dit nummer verkocht. Daarna volgden nog de andere hits in de jaren 70 'Isabelle, je t'aime' (500.000 verkochte exemplaren). Maar hun meest succes volle nummer was toch wel "Non, non, rien n'a change" die 1.200.000 exemplaren verkocht en was een nummer 1 hit in Nederland dit nummer stond in de Nederlandse Top 40 voor 25 weken.
Les Poppys traden onder meer op in het Nederlandse popprogramma Toppop.

Les Poppys werden de eerste kindsterren in de Franse muziekgeschiedenis en werden snel uitgenodigd door andere landen om te komen zingen in Gala's, concerten en tv-shows. In Nederland en in Duitsland, verkochten ze zelfs meer platen dan de Beatles! In 4 jaar tijd. Les Poppys verkocht meer dan 5 miljoen platen van 4 albums en 20 singles van 1970 tot 1977.

De groep stopte in 1978 maar de Les Petits Chanteurs d'Asnières zingen nog steeds. Ze treden vooral nog op als achtergrond vocalisten voor beroemde zangers/zangeressen. Ze zongen met sterren als Nana Mouskouri, France Gall, Michel Legrand, Sacha Distel, Lenny Kuhr en Mireille Mathieu. Met Lenny Kuhr hebben ze in Nederland het nummer visite gezongen.

Van 1978-heden:
In 1983 zongen zij in de TV musical met nummers van ABBA genaamd Abbacadabra. In die tijd maakten ze ook nog 2 albums Abbacadabra en La Fusee de Noe. Ze hadden ook nog een eenmalig succes met het lied “Il faudra leur dire” gezongen met Francis Cabrel dit nummer werd goud in 1987.

Ze hebben daarna nog geprobeerd een comeback te maken in de late jaren tachtig onder de naam The New Poppys en sinds 1992 als Mercredi Libre. Maar deze laatste opnames werden niet zo’n commercieel succes. Het album La ballade des anges p'tits is zeer geprezen. Hoewel er wordt gezegd dat de zang beter is op deze cd. Dit komt waarschijnlijk mede door de nieuwe liedjes op deze cd. De muziek van Commandant de la Calypso, La ballade des anges p'tits, Je te demande pas en andere populaire liedjes van dit album opnieuw werden geschreven door François Bernheim.

De Poppys gaan nog steeds af en toe op tournee.

Discografie:

1970 Noël 70
  Non, je ne veux pas faire la guerre...
  Isabelle, je t'aime
1971 Non, non, rien n´a changé
  Des chansons pop
  Love, lioubov, amour
  Non, ne criez pas...
  Laissez entrer le soleil
1972 Des chansons pop
  Jésus revolution
  L'Enfant do
  Liberté
  Pénélopie
  L´école est finie
  Septembre noir, Decembre blanc
1973 Non, non rien n'a changé
  American Trilogie
  Au nom de l'amour
  Isabelle, je t'aime
1974 Isabelle, je t'aime
  Des chansons pop
  Glory Alleluia
1976 Il faut une fleur pour faire le monde
  Juste une question
1977 Demain c´est un autre jour
  Quelqu´un viendra
  Le mini minimum
  Non, non rien n'a changé
1980 Visite (met Lenny Kuhr)
1981 Supercalifragilisticexpidelilicieux
1990 Tous les enfants ont les yeux bleus
1991 Si le monde appartenait au
2000 Les Années Barclay
2002 Madame je t'aime
2003 Poppys: Master Serie
  Bing-Bang
  Les enfants
  La chanson de Gavroche
  Vous avez été des enfants
2004 Le mendiant de l'amour
  S'il suffisait d'aimer...
  La planète amour
2005 Les trois cloches
  L'oiseau
  Les jardins du ciel
  Non, non rien n'a changé
  Est-ce qu on sera chinois
  Il ' N'y a Plus D'etoiles de Mer
2006 Gala 60 ans Petits Chanteurs d'Asnières
  Pour fêter le 60ème anniversaire de la chorale, les chanteurs d'Asnières, connus sous le nom de "Poppys", vont...
2007 Il ' N'y a Plus D'etoiles de Mer
 
Bezetting:
Ex-leden Bruno Polius  
  Harry Trowbridge  
  Philippe Képéklian  
  Gabriel Képéklian  
  Thierry Sellier  
  Philippe Sellier  
  Philippe Hermann  
  Jean-Pierre Hermann  
  Philippe Magnan  
  Jean-Jacques Gallard  
  Pascal Buffenoir  
  Pierre Puyhardy  
  Olivier Dubrez  
  Benoit Cabane  
  Christophe Normand  
  Bernard Caravon  
  Olivier Antignac  
  Gerald Meunier  
  Pascal Oubrayrie  
  Alain Drexler  
  Pascal Reali  
  Daniel Danglard  
 

Singles in de Nederlandse Top 40:

Song: jaar: Positie: Aantal weken:
Non Non Rien N'a Changé 1971 1 25
Des Chansons Pop 1971 5 9
Isabelle Je t'Aime 1972 12 13
Penelope 1972 10 7
Visite (met Lenny Kuhr) 1980 2 12

Top 2000 History


Song: 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Non non rien n'a changé (1971) 532 407 418 485 582 477 403 446 645 490
Isabelle je t'aime (1972) 1410 - - 1507 1620 1770 1225 1505 - 1822
 

Bron: Wikipedia/en

 
LES POPPYS - Non Non Rien N'a Changé

Genesis

Genesis is een progressieve rockgroep uit het Engeland, opgericht in 1967 door Peter Gabriel, Mike Rutherford, Tony Banks, Anthony Phillips en Chris Stewart. In de jaren '70 maakte de groep naam in de avant-garde van de popmuziek met haar dramatiek en zwarte humor, om in de jaren '80 het roer om te gooien en in een succesvolle hit machine te veranderen.

Biografie:

From Genesis to Revelation
Genesis ontstaat in 1967 op de Engelse kostschool Charterhouse als een groepje tieners, leden van de schoolbandjes Anon en Garden Wall, besluiten om gezamenlijk een demo op te nemen. Eén van de tapes wordt in de handen geduwd van producer en oud Charterhouseleerling Jonathan King, die de groep haar naam geeft en ze een platencontract aanbiedt. Resultaat is From Genesis to Revelation een met strijkorkest gelardeerd conceptalbum over het ontstaan van de aarde. Het orkest en het concept komen uit de koker van King, die het Genesis van die tijd (dat zich muzikaal ergens tussen soul, folk en beat begeeft) daarmee geen recht doet. Het album flopt en gedesillusioneerd gaan King en zijn pupillen ieder hun weg.

Trespass
Na deze valse start besluit Genesis, dat dan al experimenteert met minder vanzelfsprekende songstructuren en topzware serieuze teksten, door te gaan. De individuele bandleden geven hun studie op, en gaan bij elkaar in een huis wonen, waar gewerkt wordt aan nieuw materiaal. Als kersverse platenbaas Tony Stratton Smith de band ontdekt en ze een contract aanbiedt bij zijn label Charisma Records, is de carrière van Genesis pas echt begonnen. De groep brengt in 1970 Trespass uit, waarop zes lang uitgesponnen, akoestisch georiënteerde, donker romantische songs staan.

Nursery Cryme / Foxtrot
Als gitarist Anthony Phillips wegens podiumangst uit de groep stapt en de overige bandleden drummer John Mayhew ontslaan, worden Steve Hackett (gitaar) en Phil Collins (drums) aangetrokken en is de zogeheten klassieke line up van Genesis een feit. Op de in respectievelijk 1971 en 1972 uitgebrachte Nursery Cryme en Foxtrot komt de groep muzikaal tot wasdom. Het muzikale avontuur kan nu, dankzij de komst van de technisch veel competentere Hackett en Collins, ten volle worden aangegaan, en naast de duistere romantiek wordt ook de zwarte, macabere humor van Peter Gabriel onmisbaar onderdeel van de muziek van Genesis. En om het theatrale aspect van de muziek nog meer kracht bij te zetten (en ook om de ogen van de muziekpers op de groep gericht te krijgen) kruipt zanger Gabriel op het podium in de huid van een almaar groter arsenaal aan personages. Hij gebruikt make-up, vertelt bizarre verhalen, maar maakt voornamelijk gebruik van kostuums. Dat slaat, vanaf het moment dat hij zich uitdost in de rode jurk van zijn vrouw, en een vossenmasker opzet, in als een bom, en Genesis en Gabriel zijn plotseling hot.

Selling England by the Pound / The Lamb Lies Down On Broadway
Met Selling England By The Pound uit 1973 oogst Genesis, zowel muzikaal als publicitair gezien, het door Gabriel gezaaide succes. Het album brengt de groep haar eerste Engelse hitsingle, het Beatle-eske I know what I like (in your wardrobe). De theatrale live reputatie van de groep snelt haar leden echter snel vooruit. Gabriel gaat steeds meer zijn eigen weg en heeft almaar minder behoefte compromissen te sluiten met de andere leden van Genesis. Die andere leden hebben daarentegen steeds meer het gevoel dat de podiumpersoonlijkheid van Gabriel de aandacht van de muziek afleidt, in plaats van hem erop vestigt. Strubbelingen tussen Gabriel en de rest van de groep ten tijde van de opnames van het conceptalbum The Lamb Lies Down On Broadway (1974) leiden uiteindelijk tot het vertrek van Gabriel, in 1975.

A Trick of the Tail / Wind and Wuthering
Genesis besluit echter naar een nieuwe zanger te gaan zoeken en een nieuwe plaat op te nemen. Als de band na honderden onbevredigende audities de wanhoop nabij is, en de volgende plaat A Trick Of The Tail (1976) (met uitzondering van de zangpartijen) al is opgenomen, besluit Phil Collins, die tot dan toe alleen achtergrondvocalen en twee zachte akoestische liedjes voor zijn rekening had genomen, het te proberen. Het blijkt een gouden greep, en vanaf dat moment is Collins naast de drummer, ook de zanger van Genesis. A Trick Of The Tail (waarop Genesis breekt met The Lamb... en de lijn van Selling England... doortrekt) wordt de bestverkochte Genesisplaat tot dan toe. Collins besluit de kostuums van Gabriel achterwege te laten en een minder excentrieke pose op het podium aan te nemen, en Genesis trekt met tourdrummer Bill Bruford in een triomftocht door West-Europa en Amerika. Maar na het retrospectieve Wind & Wuthering en het live album Seconds Out verlaat ook gitarist Steve Hackett de groep. Hij is gefrustreerd over zijn compositorische aandeel in de muziek en wil zich richten op een solocarrière. Bassist en ritmegitarist Mike Rutherford neemt vanaf dan de honneurs waar op leadgitaar.

...And Then There Were Three...
Op het dan volgende ...And Then There Were Three... (1978) worden de dromerige en breed uitgesponnen gitaarpartijen van Hackett node gemist. Toch levert juist die elpee de eerste wereldwijde hitsingle, en daarmee de definitieve doorbraak voor Genesis op. Follow You Follow Me is een simpel liefdesliedje en verovert aan beide kanten van de Atlantische Oceaan de hitlijsten. Dat (en de daardoor succesvolle tournee waarbij de groep ondersteund wordt door Chester Thompson op drums en Daryl Stuermer op gitaar die tot in 1992 deel van de live band zouden blijven) stelt de groep financieel in staat een pauze van twee jaar te nemen, waarin ze na kan denken wat de koers moet zijn van de progressieve dinosaurus Genesis, zonder Steve Hackett, en in een almaar meer naar punk en pop neigende muziekwereld.

Duke
Het antwoord op die vraag komt in 1980 met het album Duke. Op dit album stoft Genesis haar soul roots af en laat zich beïnvloeden door zwarte muziek als R&B. Misunderstanding wordt de eerste top 10 hit van Genesis in Amerika. Als in 1981 Phil's solodebuut Face Value dan ook nog beter scoort (zowel qua verkoop als in de serieuze muziekpers) dan welke Genesiselpee dan ook, vragen velen zich af of Genesis nog toekomst heeft.

Abacab
Abacab (1981) breekt met alle Genesis dogma's en laat voor het eerst sinds jaren weer een bandje horen, een groepje muzikanten dat lol heeft in het muziek maken en dan haar grenzen verkent. De blazerssectie van Earth, Wind & Fire, die meedoet mee op No reply at all, wekt echter de woede van de oude fans, net als de commerciële koers van het nieuwe Genesis in het algemeen. Toch zijn de positieve reacties op Abacab talrijker. Op het titelloze vervolgalbum uit 1983 keert Genesis echter toch weer gedeeltelijk terug naar het grootse geluid dat zo lang haar handelsmerk was geweest, zij het met de eenvoud van Abacab en Duke en in een moderner jasje. Mama wordt één van de grootste hits voor de groep.

Invisible Touch
Als in 1986 Invisible Touch volgt is Genesis eindelijk klaar voor het grote succes. Invisible Touch is net geen knieval naar de pure commercie, want staat ook bol van de geluidsexperimenten, maar toch is de plaat met zijn catchy deuntjes en zijn moderne productie uitgegroeid tot één van de popplaten van de jaren '80. De videoclip van Land Of Confusion, gemaakt door de komische poppengroep Spitting Image, gaat heel de wereld over en sleept allerlei prijzen in de wacht. Ook de titelsong van het album wordt een grote hit. Phil Collins is inmiddels uitgegroeid tot een absolute superster. Dat het na een intensieve wereldtournee een lange tijd stil wordt rondom Genesis is dan ook vooral aan zijn explosief gegroeide bekendheid te wijten, en in iets mindere mate aan die van Mike Rutherford, die met zijn andere bandje Mike and the Mechanics sinds midden jaren '80 AOR-hits is gaan scoren met onder andere Paul Carrack en Paul Young (niet te verwarren met Paul Anthony Young) als lead zangers.

We Can't Dance
Pas in 1991 komt Genesis weer met een album We Can't Dance. Het is een lichte knauw naar de dan dominant wordende dansmuziek in de hitparades. De muziek op We Can't Dance is wat ingetogener, en meer verhalend, en in die zin keert Genesis na Invisible Touch weer een beetje terug naar de essentie van haar muziek. Het album oogst wederom heel veel succes, brengt Genesis met I can't dance zelfs haar eerste Nederlandse nummer 1 hit.

Calling All Stations
Tijdens de daaropvolgende wereldtournee besluit Phil Collins echter dat het genoeg geweest is en dat hij Genesis zal verlaten. Dit wordt echter pas in 1996 bekendgemaakt. Genesis (dat dan alleen nog maar bestaat uit de twee oer leden Tony Banks en Mike Rutherford) kondigt dan ook aan met een nieuwe zanger en een nieuw album te zullen komen. Een even moedig als onzalig plan, zeker als blijkt dat Calling All Stations (1997), met de voormalig Stiltskin zanger Ray Wilson, lang niet zoveel succes boekt als Invisible Touch en We Can't Dance.

Na Genesis
Voor met name Rutherford is dat zo'n grote teleurstelling dat het doek, na een toch succesvolle tournee langs grote zalen, dan toch (voorlopig) valt voor Genesis. Dan is het tijdperk aangebroken van het uitbrengen van de back catalogue. De boxen Archive 1 en Archive 2 verschijnen in 1998 en 2000, en in 2004 zagen The Platinum Collection (verzamel-CD) en The Video Show (DVD) het licht. Verder werkt Nick Davis, de producer van de laatste twee Genesisalbums, aan een aantal remasters, en staan er nog een groot aantal nieuwe releases van historisch materiaal op stapel. Terwijl deze stroom aan releases uitkomt is de toekomst van de groep nog steeds onduidelijk. Genesis bestaat in principe nog steeds, maar actief is de groep niet meer. Al wordt in interviews met Banks, Rutherford (en Collins) meestal de mogelijkheid open gehouden dat de band nog nieuwe opnamen zal uitbrengen. Diverse incidentele gezamenlijke opnamen voor Dvd's (met Collins als zanger) en een verzamel cd met een cover van eigen song The carpet Crawlers in de complete oude bandbezetting (met Hackett en Gabriel) lijken ook in die richting te wijzen.

Encore Series
In 2007 is het gezelschap Collins, Banks en Rutherford weer bij elkaar voor de The Genesis Encore Series Europe 2007 met daarna een soortgelijke tournee door Amerika.

 
Achtergrondinformatie:
Jaren actief 1967 - 1999, 2006 - heden
Oorsprong Godalming, Surrey, Engeland
Genre(s) Progressieve rock, Poprock
 
Bezetting:
leden Phil Collins leadzanger, drummer (1970-1996) (2007)
  Mike Rutherford gitarist, basgitarist, zang (1967-1998) (2007)
  Tony Banks pianist, gitarist (1967-1998) (2007)
Ex-leden Peter Gabriel zang, fluit, gitarist, pianist (1967-1975)
  Steve Hackett gitarist (1970-1977)
  Chris Stewart drummer (1967)
  John Silver drummer (1967-1969)
  John Mayhew drummer (1970)
  Anthony Phillips gitarist, zang (1967-1970)
  Ray Wilson zanger (1996-1998)
extra David Thomas (1969)
  Mick Barnard (1970)
  Bill Bruford (1975)
  Chester Thompson (1977) (2006)
  Daryl Streumer (1977) (2006)
  Nick D'Virgillio (1997)
  Nir Zidhyaku (1997)
  Ant Drennan (1997)
 
 
Volledige naam: Geboren: Overleden:
Philip David Charles Collins 30-01-1951 Chiswick, Londen, Engeland -
Peter Brian Gabriel 13-02-1950 Woking, Surrey, Engeland -
Michael John Cleote Crawford Rutherford 02-10-1950 Guildford, Surrey, Engeland -
Anthony George Banks 27-03-1950 East Hoathly, Sussex, Engeland -
Anthony Phillips (Ant) 23-12-1951 Putney, Londen, Engeland -
Steve Hackett 12-02-1950 Londen, Engeland -
Ray Wilson 08-09-1978 Dumfries, Schotland -
Jonathan Silver    
John Mayhew    
Chris Stewart    
 
 

Top 2000 History

 
Song: 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Follow you follow me (1978) 458 324 280 242 204 291 343 424 487 347
Mama (1983) 93 107 93 102 113 143 148 177 232 150
Land of confusion (1986) 307 299 297 282 388 423 645 665 738 551
No son of mine (1991) - - - - - - - - 1649 sub
Jesus he knows me (1992) - - - - - - - - 675 sub
I can't dance (1992) - - 693 1161 1042 1227 1240 1559 1862 1415
Hold on my heart (1992) 1271 - 1033 1562 1611 1706 1891 1901 1588 1685
 

Bron: Wikipedia/nl

 
GENESIS - Mama

Phil Collins

Phil Collins is een Brits popmuzikant. Hij werd bekend als drummer en leadzanger van de progressieve rockband Genesis, hij won als soloartiest meerdere Grammy's en een Academy Award en heeft eveneens een succesvolle carrière als acteur.

Zijn singles, die vaak over verloren liefdes gaan, varieerden van het met drums beladen “In The Air Tonight", tot het Dance-popnummer "Sussudio" en de politieke opvattingen van zijn succesvolle nummer "Another Day in Paradise". Zijn internationale populariteit veranderde Genesis van een progressieve rockband met een kleine groep fans tot één van de grootste rockbands aller tijden, en tevens een oude vertrouwde binnen de hitlijsten.

Collins professionele carrière begon als drummer in de obscure rockband Flaming Youth. Toen hij later bij het veel bekendere Genesis kwam, voorzag hij de band alleen van drums en achtergrondzang voor de leadzanger Peter Gabriel. Pas in 1975, toen Gabriel de band verliet, werd Collins leadzanger van Genesis. Tegen het einde van de jaren zeventig demonstreerde de hit Follow You, Follow Me de drastische verandering ten opzichte van de vroege jaren van de band en het feit dat de band goed zonder Gabriel zou kunnen. Zijn solocarrière, die flink beïnvloed is door zijn privéleven, brachten hem en Genesis tot een commercieel succes. Volgens Atlantic Records was Collins totale wereldwijde afzet als een soloartiest in 2002 meer dan 100 miljoen albums.
Phil Collins werkte met veel artiesten samen, waaronder The Four Tops, George Harrison, Paul McCartney, Robert Plant, Eric Clapton, ABBA's Frida, Mike Oldfield, Sting, Brian Eno, Peter Gabriel, Led Zeppelin, Ozzy Osbourne, Queen, Laura Pausini en The Who.

Biografie:

Genesis:
In 1970 beantwoordt de 19-jarige Collins een advertentie in het Engelse muziekblad Melody Maker waarin gevraagd wordt om een drummer. De advertentie werd geplaatst door de toenmalige manager van de progressieve rockband Genesis, met de toen nog onbekende Peter Gabriel als leadzanger. Tijdens de auditie werden verscheidene drummers beluisterd, maar er was er geen één die zoveel indruk maakt als de jonge Collins.
Phil baarde opzien door zijn technische manier van spelen. Of zoals Tony Banks (Genesis' toetsenist) ooit in een interview zei "Toen Phil bij de band kwam, was hij de beste muzikant in de band".
Naast drums zingt Phil Collins ook de leadvocals bij enkele Genesis nummers zoals For Absent Friends van het album Nursery Cryme en More Fool Me van het album Selling England by the Pound, en is hij de vaste achtergrondzanger tot 1975.
In 1975, na de tour van het album The Lamb Lies Down On Broadway besluit zanger Gabriel Genesis te verlaten. Na een intensieve speurtocht naar een nieuwe zanger, zonder resultaat, besluit Collins zelf de leadvocals op zich te nemen. Op de albums blijft hij ook drummen, maar voor de liveshows wordt een nieuwe drummer gezocht. In 1976-1977 is dit Bill Bruford (Yes, King Crimson). En vanaf 1977 (als Bruford zich op andere dingen wil richten) wordt de drumkruk tijdens de live shows ingenomen door Chester Thompson (Frank Zappa, Weather Report).
Het eerste album met Collins als leadzanger A Trick of the Tail is een groot succes. Het album verkoopt meer dan alle andere vroegere Genesis-albums samen. De band is commercieel het meest succesvol met Collins als zanger. In 1978 is daar dan ook de eerste wereldhit Follow You Follow Me.

Tijdens de jaren '70 speelt Collins ook drums bij jazzfusionband Brand X en speelt op albums van onder andere Brian Eno, Robert Fripp en John Cale. In de jaren '80 speelt Collins met onder andere Adam Ant, Eric Clapton, Howard Jones, Tears for Fears en Robert Plant.

Genesis in de jaren 80 en 90:
In de jaren '80 verhuist Genesis van progressieve rock naar een meer ruimer muzikaal georiënteerde band. Ze zijn dan al lang niet meer in één muzikaal genre onder te brengen. Met Collins als leadzanger behaalt Genesis een lange rij van succesvolle albums en singles, zoals het album Invisible Touch uit 1986, dat voor Genesis het eerste nummer 1 album in Engeland is. De groep ontvangt datzelfde jaar ook een MTV Video Of The Year award voor de video van de hitsingle Land Of Confusion.
Na een enorme wereldtournee in 1992 en 1993 als vervolg op het album We Can't Dance, zegt Collins in 1993 Genesis vaarwel. Collins wil zich meer richten op zijn solocarrière en vindt dat hij dat niet langer kan combineren met zijn rol in Genesis.
Toch komt Collins in 1999 nog een keer samen met zijn oude Genesis bandleden Peter Gabriel, Tony Banks, Mike Rutherford en Steve Hackett om het nummer Carpet Crawlers opnieuw op te nemen voor de hitcompilatie Turn It On Again...The Hits.

Solo:  

Phil CollinsHet begin... Face Value en Hello, I Must Be Going:
In 1981 start Collins zijn solocarrière met het album Face Value, een album dat tot vijf jaar na de release in de albumparades bleef opduiken. De nummers die later Face Value zouden worden vond Collins te persoonlijk om te gebruiken voor Genesis (veel gaan over de scheiding van zijn eerste vrouw in 1978) en ze verdwijnen aanvankelijk in de koelkast. Maar nadat Atlantic Records baas Ahmet Ertegun de nummers gehoord heeft, biedt hij Collins gelijk een contract aan. De eerste single van het album “In The Air Tonight” wordt meteen een grote hit over de hele wereld, en opeens is Phill naast leadzanger van Genesis ook een succesvol soloartiest.
Hij gaat door met zowel Genesis als zijn solocarrière en brengt in 1983 zijn tweede soloalbum uit  Hello, I Must Be Going. De single van dit album, een cover van The Supremeshit “You Can't Hurry Love” wordt een wereldwijd succes. Ook het album zelf verkoopt goed. In 1982 en 1983 gaat hij voor het eerst als soloartiest op wereldtournee. Zijn allereerste soloconcert vindt plaats in het Congrescentrum in Den Haag.
In 1982 produceert, drumt en zingt hij achtergrond op Something's Going On het eerste soloalbum van Anni-Frid Lyngstad, beter bekend als de roodharige Frida van de Zweedse popgroep ABBA. In 1984 wordt Collins gevraagd een nummer te schrijven voor de film Against All Odds. Collins heeft nog een ongebruikt nummer van de Face Value sessies en besluit dit te gebruiken voor de film. Met “Against All Odds (Take a Look at Me Now)” heeft Collins een nieuwe wereldhit en een Oscarnominatie te pakken.

No Jacket Required:
In 1985 komt Collins meest succesvolle soloalbum tot dan toe uit No Jacket Required. Met een lange reeks top 10 singles, waaronder “Sussudio”, Don't Lose My Number, Take Me Home en One More Night en verscheidene Grammy's is Phil één van de grootste wereldsterren van de jaren 80. Ook zijn duet met Earth, Wind and Fire zanger Philip Bailey “Easy Lover”, is wereldwijd een hit. In 1985 gaat Collins wederom op wereldtournee en speelt hij voor miljoenen fans tijdens de No Jacket Required World Tour....No Ticket Required!

Live Aid:
In datzelfde jaar treedt Collins tijdens Live Aid niet alleen op in het Wembleystadion in Engeland, maar ook in Philadelphia met Led Zeppelin en Eric Clapton. Hij was per Concorde naar Philadelphia gevlogen zodat hij dezelfde dag nogmaals het podium op kon. Een prestatie die tot de dag van vandaag niet geëvenaard is.

In 1988 pakt Collins het acteren weer op, als hij de hoofdrol speelt in de film Buster. Een film over Buster Edwards, één van de overvallers tijdens de grote treinroof in Londen begin jaren '60. Zijn muziek voor de film, “A Groovy Kind Of Love” en “Two Hearts” (die Collins samen met Motown schrijver Lamont Dozier schrijft) worden wereldhits. Ook speelt Collins in de ultieme jaren '80 serie Miami Vice.

But seriously...
In 1989 komt But Seriously uit. Een album vol nummers over problemen in de wereld. Van honger en racisme tot oorlog, maar ook enkele zeer persoonlijke nummers over de band met zijn vader, zijn eigen zoon en zijn mislukte huwelijk. Ook dit album breekt weer alle verkooprecords. Het is tevens het best verkochte Britse album allertijden. De single “Another Day in Paradise” wordt al gauw geadopteerd door vele daklozenorganisaties over de hele wereld en Collins vraagt hen te helpen door tijdens elk concert geld op te halen voor een plaatselijke daklozenorganisatie. Het geld dat opgehaald wordt verdubbelt hij.
Collins maakt zich in die periode niet geliefd bij de merchandisingbedrijven, door bij elk concert aan het publiek te vertellen vooral geen Phil Collins T-shirts of andere merchandising te kopen omdat hij toch al enough fucking money heeft. Het geld kan beter in de collectebussen voor de daklozen gestopt worden.
Het album ...But seriously wint een Grammy Award voor Record Of The Year en in 1990 begint Collins derde solotour, de Serious Tour met als resultaat de CD Serious Hits Live! en de video/dvd Serious Hits Live in Berlin!

Both sides:
In 1993 (als Collins Genesis inmiddels heeft verlaten, en na opnieuw een uitstapje als acteur met een hoofdrol in de film Frauds) komt Collins vijfde soloalbum uit Both Sides. Dit keer geen upbeatnummers met veel blazers, maar juist rustige zeer persoonlijke en vaak hartverscheurende nummers. Geïnspireerd door zijn stuklopende huwelijk, is dit album geheel door Collins zelf opgenomen. Hij schrijft alle nummers alleen, speelt alle instrumenten en produceert het zelf. Het is zijn meest persoonlijke album tot dan toe.
Alhoewel het album wereldwijd de nummer 1 positie in de albumlijsten behaalt, verkoopt het niet zo goed als zijn voorgangers. Collins begint vanaf dat moment te voelen dat hij niet meer echt thuishoort in het muziekwereldje, zoals hij zelf zegt in enkele interviews. Toch gaat hij met de muziek van dit album (en zijn voorgangers) op tournee, de grootste tot nu toe.
In 1994 en 1995 gaat de Both Sides world tour langs elk continent. Van Europa tot Azië, Afrika en Zuid-Amerika. In twee jaar tijd speelt Collins voor miljoenen mensen over de hele wereld.

Happy again...Dance Into The Light:
In 1996 komt Dance Into The Light uit. Collins heeft het geluk hervonden in de liefde en dat is te horen. Met onder andere een cover van Bob Dylans The Time's They Are A Changin, en het vrolijke Wear My Hat (met in de videoclip een gastoptreden van Danny DeVito), grijpt dit album weer iets terug naar de Collins rond de tijd van But Seriously. En alhoewel het album daaraan doet denken, weet het niet het succes ervan te evenaren.
In 1997 tourt Collins met The Dance Into The Light....A Trip Into The Light World Tour over de wereld. Voor het eerst speelt Collins niet vanaf een normaal podium, maar op een rond podium geplaatst in het midden van de zaal. Dit houdt in dat de gehele band gedurende het concert in beweging moet blijven om voor iedereen even goed zichtbaar te kunnen zijn.

The Phil Collins Big Band:
Phil heeft zijn liefde voor jazz- en bigbandmuziek nooit onder stoelen of banken gestoken. In 1996 speelt Collins twee shows met een Big Band in de Royal Albert Hall in Londen voor Nelson Mandela en de Engelse koningin. Hierdoor bloeit Collins liefde voor de jazz weer op, en besluit hij met de 24 koppige Phil Collins Big Band op tournee te gaan langs vele grote jazzfestivals, waaronder die in Montreux in Zwitserland en het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Veel mensen staan verbaasd als blijkt dat Collins niet zal zingen tijdens deze optredens. Hij speelt wel Genesis- en solonummers, maar nu alleen instrumentaal, in bigbandstijl en op zijn favoriete instrument, de drums.
In 1998 gaat Collins nogmaals met de Big Band op tournee, en neemt ook het livealbum The Phil Collins Big Band, A Hot Night In Paris op.
Na dit succes stort Phil zich in een totaal andere wereld...

Disney:
Als Collins door Disney wordt gevraagd muziek te schrijven voor hun nieuwste film Tarzan, twijfelt hij eerst of hij wel muziek kan schrijven zoals Alan Menken of Elton John dat ooit deden voor Disneyfilms. Als Disney hem ervan overtuigt dat ze niet willen dat hij schrijft zoals Menken of John, maar juist als zichzelf neemt Collins de uitdaging aan. De film Tarzan wordt een groot wereldwijd succes. Als klap op de vuurpijl wint Collins in 1999 ook een Oscar voor het nummer “You'll Be In My Heart”, de titelsong van de film, geschreven voor zijn dochter Lily.

Time to Testify...
In 2002 komt Collins zevende soloalbum uit Testify. De eerste single van het album “Can't Stop Loving You” is een wereldhit (met een nummer 1 positie in onder andere de Verenigde Staten) en met hoge noteringen in de rest van de wereld lijkt Collins terug van weggeweest, maar zoals hij zelf zegt Ik ben nooit weggeweest, alleen wat minder in beeld. Het album verkoopt desondanks niet naar verwachting in Engeland en Amerika, maar weet wel de harten van de Europeanen en Aziaten te veroveren door top 5 posities in onder andere Nederland, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, België, Japan en China.
Tijdens de opnamesessies voor Testify in 2000 wordt Collins getroffen door een beroerte in zijn oor, waardoor een gedeelte van zijn gehoor aan de linkerkant wegvalt. Zijn dokter raadt hem af ooit nog op tournee te gaan. Naarmate de tijd echter verstrijkt raakt Collins gewend aan zijn mindere gehoor en kan hij er goed mee omgaan. Een tournee zit er echter niet meer in, vreest hij. Dan wordt hij opnieuw gevraagd door Disney om muziek te schrijven voor een film. Ditmaal voor Brother Bear. Deze keer geen Oscar, maar wel een succesvolle single Look Through My Eyes.
In 2002 speelt Collins drums in de huisband van het Queen's Jubilee concert, een rockconcert ter ere van het gouden jubileum van de Britse Koningin Elizabeth. Als huisdrummer speelt Collins met zo'n beetje iedere artiest, waaronder Ozzy Osbourne, Paul McCartney, Queen en Cliff Richard. De hele wereld krijgt te zien hoe veelzijdig deze grote kleine man uit Londen is. Ook treedt hij zelf op met You Can't Hurry Love.

Collins First Final Farewell...
In 2003 kondigt Collins dan toch zijn afscheidstournee aan. De gehoorbeschadiging is niet verdwenen, maar het heeft zich goed aangepast aan de hersenen en dus besluit Collins om de kans te grijpen om nog één keer afscheid van zijn fans te nemen, voordat hij zijn taak als vader prioriteit gaat geven. En hoewel Collins niet ophoudt met albums maken of optreden zal dit wel het einde betekenen van lange tournees.
De First Final Farewell Tour, met in het voorprogramma Mike and the Mechanics (de band van oud Genesis gitarist Mike Rutherford), begint in juni 2004 en gaat langs alle grote Europese steden. Collins trekt volle stadions, waaronder de Amsterdam ArenA (deze was uitverkocht binnen 15 minuten) en het Olympisch Stadion in München. Elk beschikbaar kaartje tijdens het Europese deel van de tour wordt verkocht. Na een vakantiepauze hervat de tour in september 2004 door Noord-Amerika en Canada aan te doen.
De tour gaat verder in oktober 2005, waarbij Collins Griekenland, Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten, Israël, Rusland, Finland, Estland, Letland, Hongarije, Kroatië, Servië-Montenegro, Roemenië, Libanon, Ierland, Schotland, Tsjechië en Dubai aandoet.
Al met al is de First Final Farewell Tour Collins' grootste en langste tournee uit zijn carrière.

Tarzan-musical:
In 2005 wordt Collins gevraagd om samen met Disney te werken aan een musicalversie van de film Tarzan uit 1999. Collins schrijft negen nieuwe nummers voor de musical, evenals verscheidene instrumentale nummers en begeleidt het creatieve team en de cast vanaf dag 1 tot aan de première op 10 mei 2006 in New York. De officiële cd van de musical (met als bonustrack het nummer Everything That I Am gezongen door Collins) wordt in juli 2006 uitgebracht. In 2007 vindt de première plaats van de Nederlandse versie van de musical Tarzan. Ook hier wil Collins zo veel mogelijk bij betrokken zijn, en is dan ook veelvuldig in Nederland te vinden tijdens castingsessies en repetities. Natuurlijk is Collins ook aanwezig op de première in Scheveningen. Alhoewel de musical in Nederland uitermate succesvol is, dalen de bezoekerscijfers in New York. Disney besluit daarom om de musical Tarzan vanaf 8 juli 2007 te laten stoppen. Na iets meer dan een jaar valt het doek voor de Amerikaanse versie van de musical.

Separate Lives...
In 2006 komt er plotseling (zoals hij dat zelf zegt) een einde aan zijn huwelijk met Orianne. Officiële berichten zeggen dat verschil in interesses de twee uit elkaar hebben laten groeien. Collins is compleet uit het veld geslagen door de plotselinge beslissing van zijn ex-vrouw, en heeft moeite met de verwerking van de scheiding. In interviews zegt hij dat hij nu vooral leeft voor zijn twee zoontjes, en hij deze zoveel mogelijk wil zien. Hij blijft wel in Zwitserland, dichtbij zijn twee jongens wonen. Vooral door deze gebeurtenis is Collins blij dat hij weer een tijdje met oude vrienden kan gaan optrekken.....

Genesis Tour 2007 ...Turn It On Again:
Op 19 oktober 2006 werd bekend dat Genesis weer op tournee gaat. Op 7 november 2006 hebben Phil Collins, Mike Rutherford en Tony Banks een persconferentie gegeven om Turn It On Again...The Tour aan te kondigen.
Na een gesprek met Steve Hackett en Peter Gabriel backstage na Collins concert in Glasgow in november 2005 bleek al gauw dat Peter Gabriel, vooral vanwege albumopnames, het zich niet kon permitteren om op tournee te gaan. Na deze afwijzing besloten Collins, Rutherford en Banks (toen Gabriel en Hackett vertrokken waren) om als trio op tournee te gaan.
Vanaf juni tot en met oktober 2007 zullen Collins, Rutherford en Banks (samen met Chester Thompson en Daryl Stuermer) langs verscheidene Europese, Amerikaanse en Canadese steden trekken met een licht en podiumshow, inclusief een 30 meter hoog podium met een scherm dat maar liefst 9 miljoen LED-lampen bevat. Meer dan ooit voor een rockconcert.

Nu en de toekomst...
Wat die toekomst gaat brengen is bij Phil altijd onzeker. Hij staat erom bekend dat uitspraken over de toekomst nog al eens kunnen wijzigen, dus het is nooit zeker wat er gaat gebeuren in de toekomst. Op de vraag of er ook een nieuw soloalbum zal komen, antwoordde Collins dat hij veel materiaal geschreven heeft (vooral na de scheiding van Orianne) maar dat hij op dit moment geen behoefte heeft aan het uitbrengen van het materiaal. Hij schrijft vooral voor zichzelf en heeft geen zin in alle werkzaamheden die horen bij het maken en promoten van een nieuw album.
In een recent interview tijdens de Folk Awards in februari 2008 refereerde Phil nogmaals aan zijn pensioen. Hij vertelt dat het enige wat hij wil op dit moment is van zijn pensioen genieten, maar dat sommige mensen hem er telkens uit proberen te trekken. Hij wil zijn tijd nu vooral gebruiken om samen te zijn met zijn twee zoontjes en om zijn hobby's golfen en zeilen te kunnen beoefenen. Muziek uitbrengen of optredens geven is (op dat moment) verleden tijd voor hem......

 
Achtergrondinformatie:
Jaren actief 1970-heden
Genre(s) Progressieve rock, Softrock, Jazz, Rock, Poprock
Instrumenten Zang, drums, piano, percussie, trompet
 
 
Volledige naam: Geboren: Overleden:
Philip David Charles Collins 30-01-1951 Chiswick, Londen Engeland -
 

Top 2000 History

 
Song: 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
In the air tonight (1981) 72 127 81 81 56 75 106 102 143 95
You can't hurry love (1982) - - 799 846 722 800 842 961 1291 938
Against all odds (Take a look at me now) (1984) 98 152 132 153 159 170 238 230 395 215
One more night (1985) 883 - 1026 1312 962 933 1107 1033 1242 1091
Sussudio (1985) 1681 - 1349 1645 1640 1807 1644 1820 - 1904
Easy lover (1985) (& Philip Bailey) 503 627 679 660 654 716 994 1110 1371 943
Two hearts (1988) 1589 - 1767 1669 1600 1726 1834 1846 - 1932
A groovy kind of love (1988) 645 - 1093 1146 1025 1095 1582 1599 1960 1482
Another day in paradise (1989) 113 253 233 225 166 207 250 323 567 281
I wish it would rain down (1990) - - - - - - 1289 918 1048 1494
Something happened on the way to heaven (1990) - - - - - - - 1730 - sub
You'll be in my heart (1999) - - - - - - 862 523 444 808
Can't stop loving you (2002) - - - - - - - 388 448 845
 

Bron: Wikipedia/nl

 
Phil Collins & Chester Thompson (live)

Alphaville

Alphaville is een Duitse synthpop rockband die populair was in de jaren '80 van de twintigste eeuw.

De band werd in 1982 opgericht door Marian Gold, Bernhard Lloyd en Frank Mertens in de plaats Enger, Bielefeld Duitsland. De eerste naam van de band was Forever Young, tevens de titel van één van hun grootste hits. Een andere grote hit is Big in Japan. In 1984 werd de bandnaam veranderd in Alphaville, naar de sciencefictionfilm Alphaville uit 1965 van Jean-Luc Godard.

In 1984 bracht Alphaville hun debuutsingle “Big in Japan” uit, gevolgd door “Sounds like a melody” en Forever Young. Deze singles werden al snel gevolgd door hun debuutalbum “Forever Young”. Ondanks het succes dat de band had, verliet Frank Mertens de band al in hetzelfde jaar, hij werd vervangen door Ricky Echolette die in januari 1985 bij de band kwam.

In 1986 en 1989 volgden twee nieuwe albums, Afternoons in Utopia en The breathtaking blue. Van deze laatste verscheen de film Songlines, gemaakt door negen producers waaronder Godfrey Reggio, bekend van Koyaanisqatsi.

Het vierde album zou pas in 1994 verschijnen. In 1996 verliet Ricky Echolette de band. Alphaville bracht nog een aantal albums uit en ook een dvd van twee concerten in Salt Lake City, Utah. Ook zijn er twee box sets verschenen. In plaats van simpelweg oud materiaal opnieuw uit te brengen, heeft Alphaville ervoor gekozen op deze box sets uniek materiaal te zetten, zoals onuitgebrachte nummers en opnieuw opgenomen nummers. De eerste box (8 Cd's) met als titel Dreamscapes werd uitgegeven in 1999. De tweede box (4 Cd's) werd uitgegeven in 2003 met als titel Crazyshow. Deze laatste is ook bekend onder de titel Dreamscapes 9-12. Al het materiaal van Crazyshow was al eerder vrijgegeven via de website van Alphaville.
Bernhard Lloyd heeft niet meegewerkt aan Crazyshow en kort na de uitgave verliet hij de band officieel.

Soloprojecten:
Naast hun werk bij Alphaville hebben Marian Gold en Bernhard Lloyd ook solowerk uitgebracht. Marian Gold onder zijn eigen naam en Bernhard Lloyd als onderdeel van een project met de naam Atlantic Popes. Frank Mertens startte in 1996 met het project Maelstrom, wat een combinatie van ambientmuziek en schilderkunst en sculpturen zou worden. Werk hieraan ligt echter al geruime tijd stil.

 
Achtergrondinformatie:
Jaren actief 1982-heden
Oorsprong Bielefeld, Duitsland
Genre(s) Synthie Pop
 
Bezetting:
leden Marian Gold zang
  Martin Lister keyboard
  David Goodes gitaar
  Mattes Leon drum
Ex-leden Frank Mertens keyboard (1982-1985)
  Bernhard Lloyd keyboard (1982-2003)
  Ricky Echolette keyboard, gitaar (1985-1997)
  Pierson Grange drum
 
Volledige naam: Geboren: Overleden:
Hartwig Schierbaum (Marian Gold) 26-05-1954 Herford, Duitsland -
Frank Sorgatz (Frank Mertens) 26-10-1961 in Enger, Duitsland -
Bernd Gössling (Bernhard Lloyd) 06-06-1960 Enger, Duitsland -
 
 

Top 2000 History

 
Song: 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
Big in Japan (1984) 568 477 468 426 763 721 640 1080 961 789
Sounds like a melody (1984) - 1744 - - - - - - - sub
Forever young (1884) 150 100 70 69 68 102 97 131 95 96
 

Bron: Wikipedia/nl,de

 
 
ALPHAVILLE - Forever Young

Jimi Hendrix Experience

Jimi Hendrix was een invloedrijke Amerikaanse gitarist. Hij werd bekend door zijn virtuoze, flamboyante gitaarspel. Hij bracht een revolutie in het gitaarspelen teweeg door het gebruik van nieuwe akkoorden, feedback en vernieuwende opnametechnieken. Zijn stijl is een samensmelting van rock, blues en jazz.

Beginjaren:
Jimi Hendrix werd geboren op 27 november 1942 om 10:15 's ochtends, in Seattle (Washington, USA), en was van gemengde afkomst (Afro-Amerikaans, Cherokee en Iers). Nadat zijn vader, Al Hendrix, terugkwam van zijn dienstplicht in het leger, noemde hij zijn zoon James Marshall Hendrix, omdat Johnny de naam was van een man waarmee zijn toenmalige vrouw was vreemdgegaan. Jimi's moeder Lucille, die 16 was toen ze Jimi baarde, was danseres en verslaafd aan alcohol. Jimi woonde vaak bij familie. Kleine Jimmy, of Buster, zoals hij werd genoemd in zijn jongere jaren, was altijd erg verlegen en terughoudend. Hij groeide op in de achterbuurten van Seattle. Zijn moeder is vrij jong aan alcoholvergiftiging gestorven, Jimi was niet bij de begrafenis aanwezig.
Van jongs af aan was hij weg van muziek. Al Hendrix betrapte hem er regelmatig op de bezem als gitaar te gebruiken. Dit zag hij nadat hij Jimi opdracht had gegeven de kamer te vegen, en na afloop tientallen twijgjes op de grond vond. Hierna besloot Al een ukelele voor zijn zoon te huren. Na een aantal maanden werd het steeds moeilijker voor Jimi's vader om de rekeningen te betalen, zo ook voor Jimi's ukelele. Aangezien Al Jimi's plezier belangrijker vond dan het zijne, gaf hij het saxofoonspel (hij speelde toentertijd zelf sax) op. Zo kon hij een akoestische gitaar voor Jimi kopen, die inmiddels 11 jaar was. In zijn dertiende levensjaar kocht Jimi zijn eerste elektrische gitaar, een Supro Ozark 1560 S. Jimi gebruikte deze gitaar toen hij in zijn eerste bandje speelde, The Rocking Kings.

In 1961 verliet Jimi Hendrix zijn middelbare school, om het leger in te gaan. Later, eenmaal beroemd, vertelde hij vaak aan de pers dat hij van school af was gestuurd, omdat de rector hem hand in hand had zien lopen met een blank meisje. Dit bleek, na navraag bij zijn oude klasgenoten en zijn vader, absoluut niet waar te zijn.
Jimi ging in dienst bij de luchtlandingsdivisie, die in het zuiden van de VS was gelegerd. Hier ontmoette hij in nabij gelegen cafeetjes veel muzikanten, onder wie Billy Cox, een bassist waarmee hij later nog op het Woodstockfestival optrad en enkele singles opnam. Hendrix zag veel goede gitaristen aan het werk, die een grote indruk op hem maakten. Na veertien maanden in het leger in dienst te hebben gezeten werd hij ontslagen, vanwege een gebroken enkel na een mislukte parachutesprong. Charles R. Cross, de schrijver van het boek A Room Full Of Mirrors (Een biografie over het leven van Jimi Hendrix), beweert echter dat Hendrix zich voordeed als homoseksueel, en zo hoopte te worden ontslagen uit de luchtlandingsdivisie.

The Jimi Hendrix Experience:
Na het ontslag trok Jimi als begeleidend gitarist door de Verenigde Staten, waar hij met vele soul- en blues groepen optrad, waaronder veel bekende namen als B.B. King, Little Richard, Jackie Wilson, Bo Diddley en The Isley Brothers. Als beroepsmuzikant oefende Hendrix gemiddeld 6-8 uur per dag, een gewoonte, die hij tot aan zijn dood vol zou houden. In Greenwich Village in New York, waar Hendrix optrad als gitarist zanger met zijn band Jimmy James and the Blue Flames, werd hij ontdekt door Chas Chandler (toen de basgitarist van de Engelse groep The Animals), die hem zag spelen in het plaatselijk bekende Café Wah. Na enkele keren met hem te hebben gesproken, en tientallen keren te hebben gejamd, vroeg hij hem mee te gaan naar Engeland, om daar zijn muziekcarrière van de grond te krijgen.
In Engeland vormde hij een groep onder de naam The Jimi Hendrix Experience. Het was een groep met een paar vluchtig bij elkaar gezochte muzikanten, maar die later een sterk trio bleek te zijn. Hendrix zong zelf en speelde uiteraard gitaar, en hij werd daarbij ritmisch ondersteund door Noel Redding, basgitaar en gitaar, en Mitch Mitchell op drums. Noel Redding was van oorsprong helemaal geen bassist, en Mitch Mitchell kwam uit een heel ander hoekje van de muziekindustrie, namelijk de jazz.
Eenmaal gevormd, trad de band op in kleine cafeetjes in Engeland. Door Hendrix flamboyante verschijning, zijn gitaartechniek en extravagante optredens werden ze al snel populairder, maar echte faam bleef uit. Met de cover “Hey Joe”, opgenomen in 1966 (het lied is vermoedelijk geschreven in 1960), kwam Jimi Hendrix op nummer 6 in de Britse hitparade. De B-kant van de single was Stone Free, geschreven door Hendrix zelf. Nadat hun eerste album, Are You Experienced? in 1967 was uitgebracht, kwam het succes. The Jimi Hendrix Experience werd zowat in één klap beroemd in Engeland. Hun singles werden veel op radio gedraaid, en de band werd regelmatig uitgenodigd voor tv-opnames van populaire muziekprogramma's. Naarmate de tijd verstreek begon de rest van Europa ook steeds meer lucht te krijgen van The Experience. Al snel toerden Hendrix en zijn band door veel landen in Europa, waaronder Nederland, Duitsland en Noorwegen.

Hoewel Hendrix in Engeland successen boekte en zijn faam zich verspreidde, was hij nog weinig bekend in de VS. Het eerste optreden in de VS op het Monterey International Pop Festival op 18 juni 1967 bracht daar verandering in The Jimi Hendrix Experience sloeg in als een bom en Jimi kreeg de status from rumour to legend. Op dit optreden stak hij ook zijn gitaar in brand, iets wat hij overigens maar driemaal deed. Andere gimmicks die hij ook al in Engeland gebruikte waren het spelen met zijn tanden en met de gitaar achter zijn rug.
Vanwege een onhandig platencontract moesten er twee platen worden gemaakt in 1967. Het tweede album Axis Bold as Love kwam uit eind 1967. Hierin is veelvuldig gebruik gemaakt van nieuwe gitaar- en studiotechnieken, waarmee Hendrix tot op de dag van vandaag nog geassocieerd wordt. Op deze plaat staat de klassieker Little Wing en nummers als Spanish Castle Magic, If 6 was 9 en As Bold as Love.
Het derde album van de band, Electric Ladyland (1968), wordt door critici beschouwd als het beste werk in zijn carrière. Het werd ook het best verkochte album dat Hendrix ooit maakte, en het bevat tijdloze klassiekers zoals de cover van Bob Dylan “All Along The Watchtower” en Voodoo Child (Slight Return). De beroemde hoesfoto van Electric Ladyland, waarop 19 naakte vrouwen te zien zijn, werd geheel tegen de wil van Hendrix in gebruikt. Hendrix zelf had voor deze plaat de voorkeur voor een hoesfoto waarop hij met Redding en Mitchell te midden van een aantal klauterende kinderen op een kunstwerk zat.

Einde van The Experience:
De Jimi Hendrix Experience trad zeer vaak op in televisie-uitzendingen, clubs, en uitverkochte stadions. De drie mannen bleken elkaar erg goed aan te vullen, maar Noel Redding was vaak ontevreden over hoe alles verliep met de band. Hij vond de commerciële hype rond de band maar niets en speelde veel liever op zijn traditionele instrument, de gitaar, dan te bassen bij The Jimi Hendrix Experience. Noel Redding richtte hierom naast The Experience zijn eigen band op, Fat Matress, waarop Jimi vaak pesterige verwijzingen naar Noel maakte, zoals Thin Pillow.
Het feit dat Noel zijn eigen band had betekende dat hij en Jimi elkaar steeds minder zagen in de studio. Dit betekende onder andere dat Jimi zelf een deel van de baspartijen inspeelde bij het opnemen van zijn album Electric Ladyland (ook op de andere albums speelde hij vaker bas). Noel weigerde overigens vaak dit te doen, vanwege Hendrix perfectionisme. Bij bijvoorbeeld de single Gypsy Eyes liet Hendrix Redding de baspartij maar liefst 43 keer opnieuw inspelen, tot grote ergernis van Redding. Na een optreden op het Denver Popfestival in Denver, waarin Hendrix en de rest van zijn band zich moesten opsluiten in een truck vanwege hysterische fans, kondigde Noel Redding zijn vertrek aan.

Woodstock:
In augustus 1969, op het beroemde Woodstockfestival in New York, verraste Hendrix iedereen door zonder aankondiging (de presentator kondigde hen wel aan, maar abusievelijk als The Jimi Hendrix Experience) opeens met een totaal andere band op het podium te verschijnen. Hij noemde de band Gypsy Suns and Rainbows, die tijdens het Woodstockfestival bestond uit onder andere zijn oude legermaatje en bassist, Billy Cox, en Experience drummer Mitch Mitchell. Hierna heeft hij nog één optreden gedaan met deze band, onder de naam Band of Gypsys, alleen werd Mitch Mitchell tijdelijk ingeruild voor Buddy Miles, en werden veel percussionisten weggehaald uit de opstelling, en werd de ritmegitarist verbannen. Zijn optreden op Woodstock wordt door veel mensen een van zijn beste liveoptredens ooit genoemd. In deze show bracht hij onder andere een beroemde controversiële versie van het Amerikaanse volkslied ten gehore. Veel mensen dachten dat dit een protestlied was tegen de Amerikaanse regering, Hendrix zelf zei in een interview bij het televisieprogramma The Dick Cavett Show dat dit totaal niet het geval was. I thought it was beautiful, zei hij.

De Cry of Love Band:
Na ongeveer twee maanden rust te hebben genomen en aan zijn nieuwe album, First Rays Of The New Rising Sun te hebben gewerkt, besloot Hendrix zijn oude band, The Jimi Hendrix Experience weer bij elkaar te brengen. Hendrix, Mitchell en Redding hadden net bekend gemaakt weer te gaan toeren, maar op het laatste moment haakte Redding af en haalde Jimi opnieuw Billy Cox terug als bassist. De band heeft nooit een officiële naam gehad, maar veel fans die de optredens hebben meegemaakt na hun, overigens ietwat korte tour, noemden de band steevast The Cry of Love Band, naar de naam van de tournee zelf. Veel shows van deze tournee zijn professioneel opgenomen in hoge geluidskwaliteit en worden nu nog steeds beschouwd als gedenkwaardige concerten van Hendrix.

Electric Lady Studios:
Al zijn hele carrière lang vertelde Hendrix aan veel mensen dat hij graag een plek had voor zichzelf waar hij in alle rust liederen kon opnemen, componeren en mixen. In de begin jaren van zijn carrière had hij daar simpelweg het budget niet voor, maar hij maakte zijn droom in augustus 1970 eindelijk waar. Hij zocht samen met zijn geluidstechnicus Eddie Kramer een pand uit ergens in New York dat kon dienen als een pand om een studio in te vestigen. Na een korte zoektocht vond Kramer een geschikte locatie op 8th street, en liet Jimi zich door professionele architecten leiden en zijn droomstudio bouwen. Veel conflicten vertraagden de bouw hevige regenval verwoestte een deel van de ruwbouw, en pompen moesten worden geïnstalleerd toen bekend werd dat het pand gesitueerd was boven een ondergrondse rivier. Uiteindelijk moest een zesvoudige lening van Warner Brothers de studio redden.
Hendrix spendeerde uiteindelijk maar vier weken tijd in de studio, drie weken daarvan terwijl het bouwen van de studio nog in de eindfase zat. Op 26 augustus werd de bouw voltooid en werd een groot openingsfeest gehouden. De volgende dag vloog hij naar Londen voor zijn optreden op het Isle Of Wight Festival op 30 augustus 1970 (Hendrix zou pas na middernacht het podium betreden).
Electric Lady Studios, zoals Hendrix zijn studio had genoemd, is na Hendrix dood een immens populaire studio geworden waar veel beroemde artiesten en bands hun muziek hebben opgenomen, waaronder John Lennon, Led Zeppelin, The Rolling Stones, David Bowie, The Who, Stevie Wonder, Frank Zappa, Dave Matthews Band en Green Day.

Dood:
Jimi HendrixHendrix stierf in het Samarkand hotel te Londen op 18 september 1970, doordat hij stikte in zijn eigen braaksel, nadat hij als gevolg van een overdosis slaappillen en het drinken van wijn in een coma was geraakt. Hierbij zou een rol hebben gespeeld dat Britse slaappillen die hij in had genomen sterker waren dan de Amerikaanse slaappillen, waaraan hij gewend was. Hij werd begraven in Renton, een stadje bij Hendrix geboortestad Seattle. Hendrix werd 27 jaar oud. Na een autopsie werd duidelijk dat Hendrix nooit in zijn leven verslaafd is geweest aan heroïne, en dat dit dan ook niet de doodsoorzaak was, wat destijds veel mensen dachten. De omstandigheden rond zijn overlijden zijn echter nooit geheel opgehelderd.

Invloed:
Hendrix stijl was uniek, en ondanks zijn hectische toerschema en perfectionisme in het opnemen van nummers, heeft hij meer dan 300 onuitgebrachte nummers nagelaten. Muzikaal gezien tilde Hendrix volgens velen het elektrische gitaarspel naar een veel hoger niveau, en door zijn gebruik en combinatie van onder andere feedback, distortion en wahwahpedalen is de populariteit van deze effecten en technieken na Hendrix dood veel groter geworden. Hij haalde het uiterste uit zijn gitaar, meestal een Fender Stratocaster (die hij daarmee definitief op de kaart zette), en combineerde die op allerhande manieren met zijn versterker(s) (meestal Marshall).
De invloed van Hendrix is tot op de dag van vandaag terug te vinden in moderne muziek. Artiesten als Queen, Lenny Kravitz, Popa Chubby, Steve Vai, Yngwie J. Malmsteen, Prince, Billy Gibbons, Jeff Beck, Stevie Ray Vaughan, John Frusciante, Mike McCready, Wolfmother, Eric Johnson en Walter Trout zijn door hem beïnvloed.

Noel Redding:
Noel Redding was een rock-'n-roll-gitarist, maar is het bekendst als de bassist van The Jimi Hendrix Experience. Hij werd geboren in Folkestone, Kent, Verenigd Koninkrijk. Hij meldde zich in de zomer van 1966 bij Chas Chandler, omdat hij had gehoord dat er een vacature was voor een gitarist in The Animals. Chandler speelde echter inmiddels geen bas meer bij die groep, hij was manager van Jimi Hendrix geworden, die hij tijdens een Amerikaanse toernee met The Animals had ontmoet. Er werd nog wel gezocht naar een bassist voor de band van Hendrix en Redding besloot op voorstel van Chandler naar de basgitaar te switchen om deel uit te kunnen maken van The Jimi Hendrix Experience. Redding's rol in de band was vrij beperkt, de meeste van zijn composities werden afgewezen en slechts incidenteel mocht hij een nummer solo zingen (b.v. Little Miss Strange). In de lente van 1969 verliet Redding de band en formeerde zijn eigen formatie Fat Mattress, waarvan hij sologitarist werd. De band had een bescheiden hit met de single Magic Forest, maar het succes bleef beperkt. Daarna probeerde Redding het nog eens onder de naam The Noel Redding Band. Alhoewel hij daarna nog in verschillende andere bands zat behaalde hij nooit meer de successen als in de tijd met Hendrix.

Mitch Mitchell:
Mitch Mitchell was een Britse drummer die vooral bekend geworden is door zijn werk in de door Jimi Hendrix geleide band The Jimi Hendrix Experience.
Hij was een van de meest invloedrijke drummers van de late jaren '60 en vroege jaren '70. Mitchell had een jazzachtergrond en zoals veel van zijn drummende tijdgenoten werd hij sterk beïnvloed door het werk van Elvin Jones, Philly Joe Jones en Art Blakey.
Mitchell was Hendrix belangrijkste muzikale partner en speelde in verschillende bands van Hendrix in de Hendrix Experience van oktober 1966 tot midden 1969, in zijn Woodstockband in augustus 1969 en ook zijn Cry of Love band in 1970.
Ook speelde hij in de supergroep The Dirty Mac, samen met Keith Richards, Eric Clapton en John Lennon ter gelegenheid van het Rolling Stones Rock & Roll Circus.

Hij werd in de nacht 12 november 2008 dood aangetroffen in zijn hotelkamer in Portland, waar hij een natuurlijke dood gestorven was.

 
Volledige naam: Geboren: Overleden:
James Marshall Hendrix (Johnny Allen Hendrix) (Jimi) 27-11-1942 Seattle, USA 18-09-1970 Londen, Engeland
John Mitchell 09-07-1947 Londen, Engeland 12-11-2008 Portland
Noel Redding 25-12-1945 Folkestone 11-05-2003 Ardfield, Ierland
 
 

Top 2000 History

 
Song: 1999 2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008
The wind cries mary (1967) 255 223 254 379 318 670 333 410 344 366
Purple haze (1967) - 542 1236 570 491 457 421 608 636 542
Hey Joe (1967) 77 105 182 163 167 151 174 196 220 170
All along the watchtower (1968) 107 130 242 146 146 136 162 158 147 142
 

Bron: Wikipedia/nl,en

 

In memoriam

 
Noel_Redding jimi_hendrix Mitch Mitchell-1
Noel Redding Jimi Hendrix Mitch Mitchel
25-12-1945/11-05-2003 27-11-1942/18-09-1970 09-07-1947/12-11-2008
  OLYMPUS DIGITAL CAMERA          
 

Greenwood Memorial Park
Renton
King County
Washington, USA

 

 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
More...
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
More...
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
No list items have been added yet.
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
No list items have been added yet.
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by 
by